Column POH GGZ Jeugd: Zorgwinst behalen

Levert de inzet van een POH-GGZ Jeugd zorgwinst op?

Op basis van deze aanname zijn de eerste pilots al gestart voor de transitie en invoering van de Jeugdwet in 2015. Inzetten van specifieke expertise op het terrein van psychische klachten van jeugdigen in de huisartsenpraktijk moet wel leiden tot een kwalitatief betere beoordeling van die klachten en minder doorverwijzingen naar de jeugdhulp. Theoretisch gezien lijkt er geen speld tussen de uitkomst van de ‘POH-rekensom’ te krijgen:
een POH GGZ Jeugd + een goede vraagverheldering = minder doorverwijzingen = minder kosten.

 

De praktijk

De praktijk leert echter anders. Iets meer dan de helft van de gemeenten in Nederland heeft geïnvesteerd in de inzet van een POH GGZ Jeugd bij huisartsenpraktijken. Een aantal gemeenten zien de kosten van verwijzingen door huisartsen daadwerkelijk dalen. Andere gemeenten zien die besparing (nog) niet terug in hun uitgaven voor de jeugdhulp.

Verschillende onderzoeken schijnen elkaar tegen te spreken op dat punt.
In december 2020 blijkt uit een CPB-rapportage¹, dat er géén verschil is te zien tussen het aantal aanmeldingen voor jeugdhulp in gemeenten met en zonder POH’s Jeugd in huisartsenpraktijken. De inzet van een POH GGZ Jeugd lijkt geen zorgwinst in financiële zin te bewerkstelligen.

In diezelfde maand publiceert onderzoeksbureau Andersson Elffers Felix hun onderzoeksrapport ‘Stelsel in groei’². Zij stellen, dat de inzet van een POH GGZ Jeugd één van de belangrijkste maatregelen is om te besparen op de kosten van de jeugdhulp. Uit hun onderzoek blijkt dat 40-50% van de jeugdigen, die zijn gezien door de POH GGZ Jeugd, niet wordt doorverwezen naar de specialistische jeugdhulp.

Al jarenlang doen de jeugdhulporganisaties Accare, Molendrift en Karakter onderzoek naar de effecten van de inzet van een POH GGZ Jeugd. Op grond van het volgen van meer dan 2400 clienttrajecten door 51 POH’s Jeugd concluderen zij o.a. dat 40% minder jeugdigen zijn doorverwezen naar de jeugdhulp. Dit dankzij de inzet van een POH GGZ Jeugd³. Daarmee is een aanzienlijke kostenbesparing gerealiseerd.

 

Verschillende vormen van zorgwinst

Bij het spreken over ‘zorgwinst’ door de inzet van een POH GGZ Jeugd gaat het niet alleen over financiële besparingen. Onder ‘zorgwinst’ verstaan wij eveneens het effect van de POH-zorg op het welbevinden van de jeugdige en van het gezinssysteem. En het effect op de afstemming tussen meerdere hulpverlenende instanties.

Keizers & Visser heeft inmiddels in 12 gemeenten de uitrol van een POH GGZ Jeugd verzorgd. We hebben kunnen vaststellen, dat in alle gevallen sprake is van zorgwinst op meerdere vlakken, namelijk:

  1. Zorg wordt door ouders en jeugdigen als zeer laagdrempelig ervaren.
    De weerstand om naar de POH GGZ Jeugd van de huisartsenpraktijk te gaan is een stuk lager dan die tegen het moeten bezoeken van een jeugdhulpinstantie. De vertrouwdheid van de huisartsenpraktijk maakt, dat ouders en jeugdigen gemakkelijker hun problemen bespreekbaar maken en daarvoor ondersteuning accepteren.
  2. De huisartsenpraktijk is dichtbij.
    Zeker in kleinere kernen en in dorpen wordt het door ouders en jeugdigen als een groot voordeel ervaren, dat zij niet naar ‘de grote stad’ hoeven.
  3. Bij de POH GGZ Jeugd kunnen ouders en jeugdigen snel geholpen worden.
    De wachttijd voor een eerste gesprek met de POH GGZ Jeugd is meestal niet langer dan 2 weken in tegenstelling tot wachttijden van vaak meerdere maanden bij de meeste jeugdhulpinstanties.
  4. De POH GGZ Jeugd speelt een belangrijke rol in het normaliseren van de problematiek, die zich bij jeugdigen en gezinnen voordoet.
    Deze kan beoordelen of er daadwerkelijk sprake is van een probleem of dat het om ontwikkelingen gaat, die horen bij de levensfasen van het opgroeien en opvoeden.
  5. De triage door de POH GGZ Jeugd leidt tot een snellere ondersteuning direct op de juiste plek.
    Onze ervaring is, dat gemiddeld 60% van de jeugdigen van de POH GGZ Jeugd zelf lichte kortdurende ondersteuning krijgen. Verwijzingen vinden niet alleen plaats naar de specialistische GGZ, maar waar mogelijk ook naar beschikbare voorliggende voorzieningen in een gemeente. De POH GGZ Jeugd heeft een goed beeld van de lokale sociale kaart en van het jeugdhulpaanbod lokaal en in de regio.
  6. In tegenstelling tot huisartsen heeft de POH GGZ Jeugd de tijd om contacten te leggen met de andere spelers in het gemeentelijke jeugdnetwerk.
    Met CJG’s, wijk- of jeugdteams en met scholen vindt afstemming plaats over ondersteuning die door de verschillende instanties wordt geboden. In een aantal gevallen wordt voor veel voorkomende problematiek een collectief aanbod ontwikkeld voor kleine groepjes jeugdigen.
  7. Huisartsen ervaren een POH GGZ Jeugd als een onmisbare expertise in hun praktijk.
    Deze kan jeugdigen de tijd en aandacht geven die huisartsen zelf niet kunnen bieden. Tevens zorgt de POH GGZ Jeugd voor een kwalitatief betere doorverwijzing in de gevallen waarin dat nodig is.
  8. De POH GGZ Jeugd kan een aanzienlijke besparing opleveren als daar optimaal gebruik van wordt gemaakt.
    Wanneer wordt voldaan aan de voorwaarden daarvoor gaat de ‘POH-rekensom’ daadwerkelijk kloppen. Met gemiddeld 50-60% minder doorverwijzingen dan waar normaal gesproken sprake.
 
Bepalende succesfactoren

Het behalen van maximale zorgwinst in meerdere opzichten vereist blijvende aandacht voor de inzet van de POH GGZ Jeugd. Het is niet in één keer klaar. Het succes van de POH GGZ Jeugd is afhankelijk van de volgende factoren:

  1. Het draagvlak bij de huisartsen.
    In de meeste gevallen staan huisartsen niet direct te springen om een POH GGZ Jeugd in de praktijk op te nemen. Terecht, want de werkdruk van huisartsen is al heel hoog. Nog een professional in de praktijk levert weer extra werk op. Bovendien moet de huisarts verantwoordelijkheid nemen voor zorg, die slechts beperkt onder de Zorgverzekeringswet valt. Het helpt aanzienlijk, als de gemeente de inzet van de POH GGZ Jeugd bekostigt en regelt. En met een vergoeding voor de overhead- en managementkosten laat de gemeente zien, dat er ook iets tegenover hun inspanning staat.
  2. Een POH GGZ Jeugd bij alle huisartsenpraktijken in een gemeente.
  3. De expertise en competenties van de POH GGZ Jeugd.
    De POH moet direct een juiste beoordeling kunnen maken van het meest passende antwoord op de hulpvraag van een jeugdige. Het kunnen geven van een succesvolle kortdurende begeleiding is een tweede vereiste. Een HBO- of WO-geschoolde professional op het terrein van de Jeugd GGZ biedt de beste garantie, dat er 50-60% minder doorverwijzingen naar de specialistische jeugdhulp gaan.
  4. Duidelijke afspraken over rol- en taakverdeling.
    Medewerkers van CJG’s/Wijkteams hebben in eerste instantie vaak de indruk, dat zij en de POH GGZ Jeugd hetzelfde doen en in elkaars vaarwater zitten. Dat is niet het geval. Een deel van de ouders en jeugdigen gaat niet naar een CJG/wijkteam met hun problemen, maar naar de huisarts. De POH GGZ Jeugd kan in overleg met ouders/jeugdigen bepalen waar en door wie zij het beste geholpen kunnen worden. In grote lijnen geldt de volgende afspraak: de POH GGZ Jeugd houdt zich bezig met individuele kindproblematiek en het CJG/wijkteam richt zich op gezinsproblematiek.
  5. Investeren in de samenwerking van het lokale jeugdnetwerk.
    Het aanstellen van vaste contactpersonen werkt goed. Reguliere werkbijeenkomsten organiseren met POH’s Jeugd, jeugdprofessionals van CJG/wijkteam, interne begeleiders/ zorgcoördinatoren van het onderwijs, jeugdverpleegkundigen en leerplichtambtenaren helpt eveneens. Aan de hand van casusbesprekingen leert men elkaar en elkaars expertise en rol steeds beter kennen.
  6. Monitoren van de inzet van de POH GGZ Jeugd.
    Vanaf dag 1 kan informatie worden verzameld over de interventies van de POH GGZ Jeugd. Kwantitatieve informatie over o.a. aantallen doorverwijzingen, hoeveel jeugdigen zelf worden begeleid en hoe vaak bepaalde problematiek voor komt. G Evaluatiegesprekken met huisartsen en andere netwerkpartners leveren inhoudelijke informatie op over de effecten van de inzet van de POH GGZ Jeugd. Al deze data en informatie bieden de mogelijkheid om de jeugdhulp in de gemeente efficiënter in te richten.
Verwachte financiële zorgwinst

Een besparing op de kosten van de POH GGZ Jeugd zal niet direct in het eerste jaren te zien zijn. Het kost inspanning en tijd om alle succesfactoren optimaal te laten werken. Het duurt gemiddeld 3 tot 5 jaar voordat financiële netto zorgwinst zichtbaar wordt. Dit door minder doorverwijzingen naar specialistische trajecten, kortere dure trajecten, meer lichte ondersteuning door voorliggende voorzieningen, door de POH GGZ Jeugd en een betere afstemming van hulpverleningstrajecten door verschillende jeugdhulpprofessionals.

Onze conclusie is, dat de POH GGZ Jeugd in veel opzichten meerwaarde heeft en over een aantal jaren niet meer is weg te denken uit de Nederlandse huisartsenpraktijken.

Bronnen:
¹ Praktijkondersteuners jeugd leveren geen zorgbesparing op | Binnenlands Bestuur
² Stelsel in groei | Rapport | Rijksoverheid.nl
³ Jeugdhulp bij de huisarts | Accare, Molendrift en Karakter 

Keizers & Visser heeft een digitaal monitoringinstrument waarmee gegevens eenvoudig kunnen worden geregistreerd en verwerkt, de monitor POH GGZ Jeugd. Klik hier voor meer informatie over de monitor POH GGZ Jeugd.

Bert Deuling

Adviseur & projectleider POH GGZ Jeugd