overheidsconsultancy-tekst

Directeur Karin Verkerk zeer tevreden over de jaarlijkse Monitor Passend Onderwijs.

In 2014 werd het Passend Onderwijs ingevoerd en in 2016 ontstond het samenwerkingsverband Zeeluwe. Als directeur-bestuurder werkt Karin Verkerk hard aan de realisatie van een dekkend netwerk in deze regio. Dat moet garanderen dat er voor iedere leerling een passende plaats in het onderwijs is. Eén van de hulpmiddelen die Karin Verkerk inzet is de Monitor Passend Onderwijs. Dit jaar wordt deze voor de derde keer uitgevoerd. Verkerk: ‘De uitkomsten bieden elk jaar een beter aanknopingspunt voor het gesprek op lokaal niveau.’

Samenwerkingsverband Zeeluwe en Keizers & Visser Overheidsconsultancy hebben afgelopen maand hun derde Monitor Passend Onderwijs afgerond. De monitor brengt in kaart in welke mate er al sprake is van een dekkend netwerk. Is er écht voor alle kinderen die extra ondersteuning in het onderwijs nodig hebben een passende plek?

Elk kind heeft recht op onderwijs, het liefst op een reguliere school in de eigen gemeente. Tegenwoordig worden leerlingen alleen doorverwezen naar een school voor Speciaal (Basis)onderwijs als het de expertise van het regulier onderwijs te boven gaat of als er zodanige individuele begeleiding nodig is dat een reguliere school die niet kan bieden. Als het even kan, blijven kinderen op een reguliere basisschool met extra aandacht en/of deskundigheid.

We onderscheiden zo’n achttien vormen van speciale begeleiding, van hulp bij leesproblemen tot begeleiding bij autisme. Lukt het echt niet op de eigen school, dan is deze school verplicht een andere school in de buurt te zoeken die wel de benodigde ondersteuning kan bieden. Dat heet ‘zorgplicht.’ Er zijn zoveel vormen van speciale begeleiding, dat niet iedere school alles kan bieden. Daarom moeten scholen samenwerken, zodat er voor ieder kind een passende vorm van ondersteuning in de buurt is. Die faciliteert een samenwerkingsverband. Lukt het om samen iedere vorm van ondersteuning te bieden, dan noemen we dat een ‘dekkend netwerk’.

In de paar jaar die we nu bestaan, zijn de scholen echt veel beter geworden in het handelingsgericht werken en het bepalen van wat een kind nodig heeft,’ vindt Karin Verkerk van Samenwerkingsverband Zeeluwe. ‘En we hebben nu echt een heel goede monitor om dit proces te volgen. Hij zit technisch heel stevig in elkaar. Als instrument brengt het steeds beter in beeld wat de schoolbesturen en scholen in dit samenwerkingsverband kunnen en waarin ze zich willen verbeteren. Ook vormt hij een goede aanzet tot een stevige dialoog op lokaal niveau. Daardoor zetten we flinke passen vooruit.

Passend Onderwijs

Voor ieder kind de juiste plek. Dat klinkt prachtig, maar hoe realiseer je dat in de praktijk? Dit is een vraag waar Karin Verkerk zich dagelijks mee bezighoudt:
Voor kinderen met een leer- en/of gedragsproblematiek is er veel veranderd. Vroeger werden zij bijvoorbeeld veel sneller naar het Speciaal (Basis)onderwijs verwezen. Té snel, vinden we nu. Tegenwoordig zetten reguliere scholen zelf experts in (bijvoorbeeld vanuit het gespecialiseerde onderwijs). Ze hebben een netwerk van Interne Begeleiders, afspraken met Jeugdzorg en korte lijntjes met voorschoolse voorzieningen. Er wordt ook veel meer geluisterd naar de ouders. Alleen als het echt niet anders kan, worden leerlingen nog doorverwezen naar het Speciaal (Basis)onderwijs.’

Investeren in kinderen

Het beperken van de instroom naar het Speciaal (Basis)onderwijs kun je zien als een financiële bezuiniging, maar het is juist een investering. Een investering in kinderen die waarschijnlijk heel goed mee kunnen doen in het reguliere onderwijs, als je ze daar een tijdje extra bij helpt. Een positieve ontwikkeling dus voor kinderen en hun ouders, omdat meer kinderen dichter bij huis naar school kunnen blijven gaan. Soms kan het niet anders en is het juist voor de ontwikkeling van een kind beter om in een daartoe speciaal toegeruste schoolomgeving te zijn. We willen af van aloude beelden rond dit type onderwijs. Passend Onderwijs vraagt een heel nieuwe manier van denken en werken van scholen. Hierin is veel variatie mogelijk en bij dit samenwerkingsverband nemen de schoolbesturen op lokaal niveau daarin het voortouw om dit best passende aanbod met elkaar vorm te geven. Karin Verkerk: ‘In het begin hadden we te maken met scholen, die zelfstandig werkten en elkaar zelfs zagen als concurrent. Die vroegen zich in 2014 af wat ze met zo’n samenwerkingsverband moesten. Nu zien ze de meerwaarde en wordt er steeds hechter samengewerkt. Samen kijk je: wat kunnen we een kind extra bieden? Welke extra expertise haal je in huis, waar en hoe? En hoe organiseren we dit slim met de middelen die we hebben?’

Het ministerie heeft de grenzen van de samenwerkingsverbanden bepaald. Die lijken niet altijd logisch. Karin Verkerk: ‘Het samenwerkingsverband Zeeluwe bestaat uit zesendertig schoolbesturen die verantwoordelijk zijn voor in totaal zo’n 20.000 leerlingen, honderdtwintig scholen in acht gemeentes, vier jeugdzorgregio’s en twee provincies. Ga er maar aanstaan.’

De regio van het swv Zeeluwe wordt bovendien omgeven door meerdere grote steden die hun eigen samenwerkingsverband vormen. Zeeluwe is een regio waarin de gemeentes onderling van nature geen verbondenheid met elkaar hebben. Dit betekent dat de noodzaak tot samenwerking opgebouwd moest worden. Er is nog een belangrijke ontwikkeling: de afgelopen jaren hebben steeds meer gemeenten ervoor gekozen om het openbaar onderwijs te verzelfstandigen. Steeds meer schoolbesturen zijn onafhankelijk. Het plan om ze te laten samenwerken, kan daarom niet van bovenaf, vanuit de gemeente, worden opgelegd. Sturen op inhoud en organisatie gebeurt dus vanuit het samenwerkingsverband door middel van netwerken, overtuigen, motiveren en stimuleren. De Monitor komt daarbij goed van pas: ‘Elders zijn die monitoren soms hele boekwerken. Mooi, maar je verdrinkt in de onduidelijke antwoorden. Bij ons werd tijdens het eerste jaar ook gewerkt aan zoiets. Totdat ik bij het swv in Lelystad kwam en daar in gesprek kwam over de ontwikkeling van hun Monitor Passend Onderwijs, opgezet door Covalente en per 1 januari jongstleden overgenomen door Keizers & Visser. Zo is het contact met Maaike Luttik ontstaan en de eerste ervaringen in Lelystad en binnen Zeeluwe hebben geleid tot de ontwikkeling van de huidige monitor beleid passend onderwijs.’

Middel tot een betere samenwerking en onderbouwde beslissingen

Dus gingen Keizers & Visser onderzoekers Maaike Luttik, Leoni Ax en Klasien Rijpkema met het swv Zeeluwe aan de slag:

Maaike Luttik: ‘We kwamen er pas in tweede instantie bij. Het eerste dat we constateerden, was dat er door eerdere onderzoekers veel open vragen werden gesteld aan de schoolbesturen. Beantwoording kostte veel tijd en de antwoorden waren moeilijk met elkaar te vergelijken. De tweede monitor konden wij helemaal vanaf het begin doen. Daarvoor hebben we gestandaardiseerde vragen gemaakt. Die stellen en vergelijken we via een handig computerprogramma. Resultaat: antwoorden waar je echt wat aan hebt en bovendien veel gebruiksvriendelijker. We hebben naast vragen aan schoolbesturen, ook vragen aan de scholen zelf gesteld, die staan dichter op de leerlingen. Dat gaf dus andere uitkomsten.’

Ook werd er een duidelijke invalshoek gekozen. Gericht op vier aspecten waar het in het Passend Onderwijs echt om draait: de voorzieningen, expertise, doorlopende leerlijnen en de aansluiting op de Jeugdzorg. Karin Verkerk: ‘Het resultaat was een monitor die haarscherp in beeld bracht wat we kunnen en waar we nog aan moeten werken. Maaike en Leoni gaven een presentatie per gemeente. Het gesprek met de betrokkenen over de monitor was eerst best spannend, want soms legde de monitor de vinger op de zere plek of moesten we even aftasten omdat het betreffende onderwerp nooit eerder op tafel is gekomen. Keizers & Visser is gelukkig geen partij in het samenwerkingsverband en kan daardoor dingen benoemen die ik als direct betrokkene moeilijker naar voren kan brengen. Daarbij proberen we met elkaar ook door te pakken; Kom op mensen, nou even concreet! Vertaal het in acties.

Resultaten

Het resultaat is een hechtere samenwerking tussen scholen, betere oplossingen voor het kind en ouders en onderbouwde beslissingen. Karin Verkerk: ‘Onlangs hadden we bijvoorbeeld een kind dat het, ondanks alle extra begeleiding en inzet, niet redde op de eigen school. Zoiets leidt tot heftige emoties bij ouders en grote druk op het team. Er is op zo’n moment grote kans op verschillen van inzicht. Uiteindelijk is het gelukt om met ouders, verwijzende school, leerplicht en de school voor speciaal onderwijs de leerling te plaatsen. Na enkele maanden blijkt deze leerling zich nu weer positief door te kunnen ontwikkelen. Het is mooi om te merken dat het zo goed uitpakt voor dit kind. Er blijft een lijntje met de oude school, zodat in de toekomst ook terugplaatsing kan gebeuren.’

Wilt u meer informatie over de Monitor Passend Onderwijs? Stuur dan een bericht naar info@keizersvisser.nl